Plannen en protest
Sinds de jaren zestig trekken veel bewoners naar nieuwbouwwijken buiten de stad, zoals Purmerend, Hoorn en later Almere. Het stadsbestuur wil van het oude centrum een modern zakencentrum maken. Maar buurtbewoners, activisten en krakers komen in opstand. Zij vinden dat de stad er niet alleen voor kantoren moet zijn, maar vooral voor mensen die er wonen. Ze willen betaalbare woningen en wijzen op de leegstand.
Met de jaren verandert het stadsbestuur, en daarmee de ideeën over wonen in Amsterdam. Politici als Jan Schaefer en Michael van der Vlis spelen een belangrijke rol. Samen pleiten ze voor een compacte stad, met minder auto’s en meer ruimte voor fietsers en bewoners.
De rellen in de Staatsliedenbuurt
Toch blijft het onrustig. Tijdens de kroning van koningin Beatrix in 1980 vechten krakers en politie op straat. Ook in de vervallen Staatsliedenbuurt loopt de spanning op. Op 15 december 1984 houden krakers in buurthuis De Koperen Knoop een zogenoemd tribunaal tegen burgemeester Van Thijn. Ze houden hem verantwoordelijk voor het slechte beleid in de buurt. De burgemeester komt niet opdagen, maar de ‘staatsrechters’ verklaren hem schuldig. Ze dragen hem op de stadsvernieuwing te versnellen en het ontruimen van gekraakte woningen stop te zetten. Een paar dagen later bezoekt Van Thijn de wijk alsnog. Dat bezoek loopt uit de hand: de krakers schreeuwen, duwen en beledigen de burgemeester.
Na het incident verliezen de krakers veel steun. Bovendien is hun strijd niet meer zo nodig, omdat de gemeente en protesterende jongeren dezelfde visie delen: een stad waar je fijn kunt wonen. Buurten worden opgeknapt en krijgen nieuwe bewoners.
Ook in de huidige tijd protesteren Amsterdammers tegen woningnood en stijgende huren. De strijd om een leefbare stad lijkt nooit op te houden. Wat kunnen we leren van de oplossingen van toen?