Moord op de Joden

Hoe het gezicht van Amsterdam veranderde

Eeuwenlang is Amsterdam een belangrijk centrum in de Joodse wereld. Maar tijdens de Duitse bezetting verandert alles. De Joodse cultuur in de oude Jodenbuurt wordt vernietigd en driekwart van de Joodse inwoners wordt vermoord. Het gezicht van Amsterdam zal nooit meer hetzelfde zijn.

Februaristaking

Sinds de zestiende eeuw wonen er Joden in Amsterdam. Ze vormen een zichtbaar en belangrijk deel van het stadsleven. In de twintigste eeuw speelt hun Joodse achtergrond voor veel mensen in het dagelijks leven geen grote rol. Maar dat verandert wanneer Hitler in Duitsland aan de macht komt. De Amsterdamse actrice Enny Mols-de Leeuwe herinnert zich: Mijn Joods bloed ben ik me pas bewust geworden, toen Hitler aan de macht kwam.

In 1940 wonen er zo’n 80.000 Joden in Amsterdam. Al snel na de Duitse inval krijgen zij te maken met nieuwe regels: registratieplicht, borden met ‘Voor Joden verboden’ en de oude Jodenbuurt wordt aangewezen als aparte Joodsche Wijk. Daar worden bewoners lastiggevallen door de WA, de knokploeg van de NSB. Joodse mannen verdedigen zich, waaronder bokser Joop Cosman.

Op 22 en 23 februari 1941 vindt een grote razzia plaats. Ruim vierhonderd Joodse mannen worden opgepakt. Uit protest leggen tramchauffeurs en arbeiders het werk neer. Zo begint de Februaristaking, de enige grote staking in Europa tegen de vervolging van Joden. De Duitsers slaan de staking hard neer.

Deportatie en verzet

Vanaf 1942 worden Joden uit Amsterdam weggevoerd. De Hollandsche Schouwburg aan de Plantage Middenlaan wordt een verzamelplaats voor opgepakte Joden. Trams brengen hen naar station Muiderpoort. Daar vertrekken treinen naar Westerbork, en verder naar vernietigingskampen zoals Auschwitz en Sobibor.

Toch is er ook verzet. In de crèche tegenover de Schouwburg redt directrice Henriëtte Pimentel samen met Walter Süskind honderden Joodse kinderen door ze stiekem naar onderduikgezinnen te brengen. Een van de bekendste onderduikers is Anne Frank. Ze beschrijft haar leven in het Achterhuis in haar dagboek. Alleen haar vader Otto overleeft de oorlog.

Na de oorlog

Van de 80.000 Joodse Amsterdammers overleven er maar weinigen. Wie terugkeert, vindt leeggeroofde huizen. Jarenlang wordt er weinig over de Holocaust gesproken. Vanaf de jaren zestig komt er meer aandacht, met boeken, herdenkingen en monumenten zoals het Spiegelmonument van Jan Wolkers en het Holocaust Namenmonument.

In 2025 biedt burgemeester Halsema namens de gemeente excuses aan voor de rol van Amsterdam bij de Jodenvervolging. Ze benadrukt dat er zonder Joods leven geen Amsterdam is.