Van dorp naar stad
In de winter van 1916 breekt een zware storm de dijken rond de Zuiderzee. Tientallen mensen komen om. De omliggende dorpen zoeken steun bij Amsterdam. In 1921 besluit de stad om Ransdorp, Nieuwendam en Buiksloot in te lijven. Zo ontstaan de grenzen van Noord zoals we die nu kennen. Tussen de dorpen komt ruimte voor woningbouw. Noord groeit uit tot een lappendeken van buurten: van het groene Durgerdam en tuindorpen tot de Molenwijk vol flats.
Buurtgevoel
In Floradorp, een buurt in Noord, plaatst de gemeente zogenoemde ‘probleemgezinnen’ bij elkaar. De buurt krijgt de bijnaam ‘de Rimboe’. Bewoners ervaren dit als vernederend, maar vinden ook steun bij elkaar. Rond tradities zoals het Oudejaarsvuur ontstaat een sterk gevoel van gemeenschap. Door verzet van bewoners stopt de gemeente in de jaren zeventig met deze aanpak om gezinnen bewust in één buurt samen te brengen.
Trots vakmanschap
Na de opening van het Noordzeekanaal in 1876 vestigen grote bedrijven zich aan de noordkant van het IJ, zoals de ADM, de NDSM en Shell. Over kilometers zie je scheepshellingen, kranen en loodsen. Arbeiders werken er als lassers, slijpers en buigers. Het werk is zwaar en gevaarlijk, maar geeft trots. De werven vormen hechte gemeenschappen met sportclubs en verenigingen. Vanaf de jaren zestig werken er ook Turkse migranten, die in barakken wonen bij woonoord Atatürk.
Noord gestoord
Bruggen en tunnels zorgen voor een betere verbinding met Noord. Toch gaat het in de jaren zeventig mis: de scheepsbouw verhuist naar Azië. De werven sluiten, duizenden verliezen hun baan. Later, met de komst van de Noord/Zuidlijn, bloeit Noord weer op. Kunstenaars en cafés trekken in oude loodsen. Bakfietsen vullen de straten. Toch voelen steeds meer bewoners zich buitengesloten: de buurt verandert voor hen, maar niet met hen. ‘Noord gestoord’, zei menig Noordeling vroeger trots. Nu klinkt het vooral als kritiek op de huizenprijzen.