Gelovige weldoeners

Zorgen Amsterdammers goed voor elkaar?

In de negentiende eeuw zijn veel Amsterdammers arm en ziek. Veel mensen wonen in kleine, vochtige huizen en de grachten stinken. Van de overheid hoeven ze weinig hulp te verwachten. Rijke burgers nemen daarom het voortouw. Gedreven door geloof en plichtsgevoel bouwen ze scholen, ziekenhuizen en parken. Deze gelovige weldoeners maken van Amsterdam een zorgzamere stad.

Zorg uit geloof

Wie arm of ziek is, belandt vaak in een gasthuis. Daar word je niet beter: de gebouwen zijn oud en vies, artsen weten nog weinig en goed opgeleide verpleegkundigen zijn er nog niet. Tussen 1832 en 1867 breken vier cholera-epidemieën uit. Duizenden mensen sterven. De helft van de kinderen wordt nog geen vijf jaar oud.

Steeds meer mensen vinden dat het zo niet langer kan. Vooral vrouwen zien dagelijks dat de zorg anders moet en vinden vanuit hun geloof dat ieder mens daar recht op heeft. Ondertussen gaan ook mannen zich ermee bemoeien. Vanuit het bestuur ondernemen ze actie. Een belangrijke inspiratiebron is de protestantse Réveil-beweging, die oproept om geloof zichtbaar te maken in de samenleving. Geloof mag niet alleen iets zijn voor in de kerk, maar moet ook blijken uit daden van naastenliefde.

Een zorgzame stad

Een van de bekendste Amsterdammers van die beweging is de rijke bankier Christiaan Pieter van Eeghen. In 1843 richt hij samen met arts Jan Pieter Heije de Vereniging voor Ziekenverpleging op. Protestantse verpleegsters trekken door de stad om zieken thuis te verzorgen. In 1857 openen ze aan de Prinsengracht een eigen gebouw: het begin van het moderne Prinsengrachtziekenhuis.

Van Eeghen gebruikt zijn rijkdom ook voor stadsvernieuwing. Hij helpt bij de bouw van arbeiderswoningen in de Jordaan en steunt vrouwen die uit de prostitutie willen stappen. Ook schenkt hij de stad iets blijvends: het Vondelpark, een groene plek voor álle Amsterdammers, arm én rijk.

Ook katholieke zusters, joodse artsen en later socialisten werken aan een betere stad. De joodse arts Samuel Sarphati begint als armenarts en strijdt voor betere hygiëne, onderwijs en voedselvoorziening. Zo ontstaan in Amsterdam de eerste vormen van moderne sociale zorg. Het is een voorzichtig begin van wat later uitgroeit tot de moderne verzorgingsstaat.