Bijltjes

Kattenburgers zetten de stad op stelten

Op het eiland Kattenburg wonen in de achttiende eeuw de scheepswerklieden van Amsterdam: de Bijltjes. De stad kan niet zonder hun arbeid, want dan zijn er geen schepen – en dat weten ze. Ze vormen een hechte gemeenschap en zijn trots op hun vak en hun vrijheid. Waar veel Amsterdamse regenten weinig moeten hebben van de Oranje stadhouder, zien de Bijltjes in hem juist een bondgenoot. Hun roep om Oranje klinkt luid door de stad.

Een eigen eiland

De oostelijke eilanden – Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg – zijn in de zeventiende eeuw aangelegd voor scheepswerven en pakhuizen. Op Kattenburg bouwt de Admiraliteit haar werf en naast het Zeemagazijn (nu Het Scheepvaartmuseum) komt een arbeiderswijk. De scheepstimmerlieden zijn herkenbaar aan hun bijlen en krijgen al snel de bijnaam ‘Bijltjes’.

Hun werk is zwaar en belangrijk. De stad heeft schepen nodig, dus zonder hen geen handel, en geen rijkdom. Dat geeft de Bijltjes zelfvertrouwen. Ze zijn goed georganiseerd in een gilde en laten zich niet snel vertellen wat ze moeten doen. Door de afgelegen ligging ontstaat op Kattenburg een hechte gemeenschap met een eigen dialect. Het is een soort dorp in de stad.

Oranje boven

In 1747 breekt in de Republiek onrust uit. Oorlogen en hoge belastingen leiden tot opstanden. De Bijltjes sluiten zich aan bij de roep om een nieuwe Oranje stadhouder. Ze zien hem als een machtige droomprins die misstanden in de stad kan oplossen. Tijdens het Pachtersoproer van 1748 trekken ze massaal de straat op. Later dat jaar komt de nieuwe stadhouder Willem IV naar de stad. Drieduizend Bijltjes met oranje hoofddeksels en vaandels met Oranje en vrijheid erop heten hem welkom. Maar veel verandert er niet: de regenten blijven aan de macht.

Bijltjesdag

Veertig jaar later laaien de spanningen opnieuw op. De patriotten, geïnspireerd door de Verlichting, willen meer inspraak en minder macht voor de stadhouder. In april 1787 trekken de Bijltjes de stad in om hun steun voor de stadhouder te laten zien. Ze laten een ravage achter en keren terug naar Kattenburg. Daar halen ze de brug op en maken van het eiland een fort. Het stadsbestuur grijpt wederom hard in. Zo hard dat bijltjesdag nog steeds staat voor een dag van afrekening. Niet lang daarna herstellen Pruisische troepen de macht van de stadhouder. De Bijltjes zijn blij en hijsen hun oranje vlaggen.