Vrouwenstad

Vrouwen als de ruggengraat van de stad

In de zeventiende eeuw is Amsterdam een echte vrouwenstad. Terwijl veel mannen op zee zijn of in het buitenland verblijven, houden vrouwen de stad draaiende – als arbeidsters, onderneemsters, zorgverleners, regentessen, kunstenaars en ook als sekswerkers. Over dat laatste werk hebben veel mensen een oordeel. Het boek ’t Amsterdamsch Hoerdom uit 1681 laat zien hoe men in die tijd denkt over vrouwen en fatsoen.

Werk aan de winkel

Door de handel op zee zijn veel mannen maanden van huis. Vrouwen nemen hun taken over. Ze runnen het huishouden, de handel of de herberg, en zorgen dat het dagelijks leven doorgaat. Ze vormen de stille motor van de stad. De graven in kerken laten dat zien: daar liggen opvallend veel vrouwen begraven die worden aangeduid als ‘huisvrouw’. Die term betekent niet dat vrouwen thuis zitten, maar dat ze een grote verantwoordelijkheid hebben: voor het huishouden, de kinderen en de financiën.

Vrouwen werken in allerlei beroepen: als visverkoopster, naaister, dienstmeid of waardin van een herberg. Sommigen breken door in beroepen die tot dan toe voor mannen zijn, zoals genezen, kunst maken en toneelspelen. In 1655 verschijnen vrouwen voor het eerst in het theater. Ook in de literatuur laten vrouwen van zich horen, zoals Maria Tesselschade Roemersdochter Visscher. In haar gedichten schrijft ze over liefde en maatschappelijke thema’s.

Who run the world

Ook uit de misdaadcijfers blijkt dat de vrouwen volop in de stad aanwezig zijn. Ze plegen bijna de helft van de geregistreerde misdrijven. Wie wordt veroordeeld, belandt in het Spinhuis: een soort gevangenis waar vrouwen moeten spinnen, naaien en bidden. Vrouwen die zich schuldig maken aan overspel, dronkenschap of prostitutie worden daar op kosten van de stad ‘verbeterd’.

Na de Alteratie van 1578 is prostitutie officieel verboden, maar in de praktijk blijft het bestaan, vooral rond de haven. In de calvinistische samenleving gelden strenge regels: vrouwen moeten dienstbaar, kuis en vroom zijn, zoals ook te lezen in het boek ‘t Amsterdamsch Hoerdom. Toch blijkt uit dagboeken, notariële akten en brieven een ander beeld. Ondanks de regels werken, zorgen en ondernemen talloze vrouwen. Niet op de achtergrond, maar juist als drijvende kracht van de stad