Westerkerk

Is Amsterdam tolerant?

De Westerkerk hoort bij Amsterdam, al bijna vierhonderd jaar. Sinds 1631 bepaalt ze het straatbeeld van de westelijke grachtengordel en de Jordaan. Met de hoge toren en blauwe keizerskroon laat de kerk zien hoe belangrijk het gereformeerde geloof in de stad is. Toch leven er in de havenstad veel meer geloven naast elkaar.

Een kerk voor de nieuwe tijd

Tijdens de Alteratie van 1578 nemen protestanten de macht in Amsterdam over. De katholieke eredienst is voortaan verboden en de meeste katholieke kerken worden omgevormd tot gereformeerde kerken. Tegelijk groeit de stad zo snel dat er nieuwe kerken nodig zijn. Binnen twintig jaar verrijzen de Zuiderkerk, de Noorderkerk en de Westerkerk. Architect Hendrick de Keyser ontwerpt de Westerkerk met een toren van 85 meter hoog: het grootste protestantse kerkgebouw ter wereld in die tijd. De keizerskroon bovenop is een symbool van trots – Amsterdam ziet zichzelf als een stad van macht en betekenis.

De Westerkerk laat de nauwe band zien tussen geloof en bestuur. Amsterdam kent maar één ‘publieke kerk’: de gereformeerde. Iedereen kan er terecht voor doop, huwelijk en begrafenis. Andere geloven mogen niet in het openbaar samenkomen, maar worden in de privésfeer vaak wel gedoogd.

Geloven naast elkaar

Ondanks de regels ontstaat er een opvallende religieuze diversiteit. Katholieken bezoeken huiskerken zoals Ons’ Lieve Heer op Solder. Joden bidden in de Portugese en Hoogduitse synagogen rond Vlooienburg. Quakers, anglicanen, lutheranen, remonstranten, doopsgezinden en Waals-gereformeerden hebben verspreid door de stad hun eigen gebedshuizen. Ook Armeense christenen uit het Ottomaanse Rijk stichten in 1714 een kerk aan de Krom Boomsloot.

Voor veel reizigers is het bijzonder dat in Amsterdam zoveel geloven naast elkaar bestaan. Die tolerantie is deels praktisch: handel en vrede in de stad zijn belangrijker dan geloofsstrijd. Toch heeft die vrijheid grenzen. Alleen gereformeerden krijgen bepaalde rechten en functies. Andere groepen leven in hun eigen gemeenschap – soms naast elkaar, soms samen – in een stad waar de gelovigen elkaar verdragen.