West-Indisch Huis

Hier begon de Amsterdamse handel in mensen

Tussen de Brouwersgracht en de Haarlemmerstraat staat het West-Indisch Huis. Hier besturen de bewindhebbers vanaf 1623 de Amsterdamse Kamer van de West-Indische Compagnie (WIC). Vanuit dit gebouw raakt Amsterdam steeds dieper betrokken bij mensenhandel en kolonisatie in het Atlantische gebied. Dat werkt door tot op de dag van vandaag.

Koloniaal rijk

De WIC wordt in 1621 opgericht, naar voorbeeld van de VOC. Het doel is groot: de Spanjaarden en Portugezen verslaan en een koloniaal rijk opbouwen in het Atlantische gebied. De Amsterdamse Kamer levert het meeste geld en krijgt daardoor de meeste macht binnen de compagnie.

In de eerste jaren verdient de WIC vooral aan smokkel en kaapvaart: het buitmaken van vijandelijke schepen. In 1630 verovert de compagnie het Braziliaanse Pernambuco, een gebied vol suikerplantages. Voor de productie van suiker is veel arbeid nodig. Aan de West-Afrikaanse kust neemt de WIC fort Elmina in, in het huidige Ghana, en gaat actief meedoen aan de slavenhandel.

Slavenhandel

In de jaren daarna ontvoert de WIC tienduizenden mensen van Afrika naar Brazilië. De Amsterdamse Kamer is verantwoordelijk voor een groot deel van deze mensenhandel. Op schepen als de Groote Gerrit worden honderden mannen, vrouwen en kinderen onder zeer slechte omstandigheden meegenomen. Velen overleven de reis niet.

Wanneer de Portugezen Brazilië in 1654 heroveren, verplaatst de WIC haar activiteiten naar het Caribisch gebied. Curaçao wordt het nieuwe centrum van mensenhandel en doorvoer. Slaafgemaakten die daar aankomen, worden verkocht aan kolonisten in Zuid-Amerika of ingezet voor dwangarbeid op het eiland zelf. Vanuit het West-Indisch Huis worden de menselijke transporten gecoördineerd.

Het komt geregeld tot opstanden. De beroemdste is die van Tula in 1795 op Curaçao. Hij verenigt zo’n tweeduizend slaafgemaakten. Samen trekken ze van plantage naar plantage en eisen vrijheid. De opstand wordt bloedig neergeslagen. Pas in 1863 schaft Nederland de slavernij af, maar aan de koloniale verhoudingen komt nog lang geen einde.