Marktplaats
De Beurs is ontworpen door architect Hendrick de Keyser, naar voorbeeld van beursgebouwen in Antwerpen en Londen. Het rechthoekige gebouw heeft een open binnenplaats die omringd is door zuilengangen. Elke zuil heeft een nummer, zodat kooplieden weten waar ze elkaar kunnen vinden en met welke steden ze zaken kunnen doen. Zo staan de kooplieden die handelen met Italië, Egypte en Turkije bij pilaar twaalf.
Elke ochtend tussen elf en twaalf uur komt de Beurs tot leven. Tijdens dat uur mag er verder nergens in de stad handel worden gedreven. Kooplieden onderhandelen over graan, hout, specerijen, scheepsruimte, verzekeringen, leningen en pakhuizen. Anderen komen er vooral voor de laatste nieuwtjes over politiek, oorlog of zeereizen. De Beurs wordt het middelpunt van een wereld die draait om geld en handel. Het is vooral een mannenwereld.
Ook rond de Beurs bruist het van bedrijvigheid. Uitgevers, boekverkopers en kaartenmakers voorzien handelaren van de nieuwste kennis. De Wisselbank, opgericht in 1609, zorgt ervoor dat betalingen veilig en snel verlopen. Buiten de Beurs strijken kooplieden neer in herbergen en kroegen voor een borrel en vermaak.
Beurskrach
Op de Beurs ontstaat iets nieuws: handel in aandelen en speculatie. Mensen investeren in de VOC en WIC, en in tulpenbollen, een luxeproduct uit het Ottomaanse Rijk. Rond 1630 breekt de ‘tulpenkoorts’ uit: de prijzen schieten omhoog, mensen kopen bollen die nog niet eens geplant zijn. Tot de bubbel uiteen spat – en velen alles verliezen. De eerste maar zeker niet de laatste keer dat de financiële markt instort.