Beurs

Zou jij een miljoen betalen voor een tulp?

Tot het begin van de zeventiende eeuw hebben Amsterdamse kooplieden geen vaste plek om handel te drijven. Ze ontmoeten elkaar bij de Nieuwebrug, in de Warmoesstraat of, als het regent, in een van de kerken. In 1611 verandert dat: aan het Rokin opent een nieuw beursgebouw. Daar komen handelaren uit heel Europa samen. De Beurs laat zien hoe belangrijk Amsterdam is in de wereldhandel.

Marktplaats

De Beurs is ontworpen door architect Hendrick de Keyser, naar voorbeeld van beursgebouwen in Antwerpen en Londen. Het rechthoekige gebouw heeft een open binnenplaats die omringd is door zuilengangen. Elke zuil heeft een nummer, zodat kooplieden weten waar ze elkaar kunnen vinden en met welke steden ze zaken kunnen doen. Zo staan de kooplieden die handelen met Italië, Egypte en Turkije bij pilaar twaalf.

Elke ochtend tussen elf en twaalf uur komt de Beurs tot leven. Tijdens dat uur mag er verder nergens in de stad handel worden gedreven. Kooplieden onderhandelen over graan, hout, specerijen, scheepsruimte, verzekeringen, leningen en pakhuizen. Anderen komen er vooral voor de laatste nieuwtjes over politiek, oorlog of zeereizen. De Beurs wordt het middelpunt van een wereld die draait om geld en handel. Het is vooral een mannenwereld.

Ook rond de Beurs bruist het van bedrijvigheid. Uitgevers, boekverkopers en kaartenmakers voorzien handelaren van de nieuwste kennis. De Wisselbank, opgericht in 1609, zorgt ervoor dat betalingen veilig en snel verlopen. Buiten de Beurs strijken kooplieden neer in herbergen en kroegen voor een borrel en vermaak.

Beurskrach

Op de Beurs ontstaat iets nieuws: handel in aandelen en speculatie. Mensen investeren in de VOC en WIC, en in tulpenbollen, een luxeproduct uit het Ottomaanse Rijk. Rond 1630 breekt de ‘tulpenkoorts’ uit: de prijzen schieten omhoog, mensen kopen bollen die nog niet eens geplant zijn. Tot de bubbel uiteen spat – en velen alles verliezen. De eerste maar zeker niet de laatste keer dat de financiële markt instort.