Nieuwe Amsterdammers
Rond 1600 groeit Amsterdam razendsnel. De stad trekt mensen aan uit binnen- en buitenland. Sommigen komen voor werk, anderen vluchten voor oorlog of geloofsvervolging. Eerst trekken vooral mensen uit andere delen van Holland naar de stad, daarna volgen duizenden uit de Zuidelijke Nederlanden. Ook Duitsers en Scandinaviërs komen af op het snelgroeiende Amsterdam.
Door al die nieuwe Amsterdammers moet de stad uitbreiden. Vanaf 1585 begint de bouw van een nieuw stadsdeel aan de oostkant. Zo ontstaat het eiland Vlooienburg, aangeplempt tussen de Amstel en de Houtgracht. Het eerste huis wordt er in 1608 verkocht.
Joods en zwart Amsterdam
Al snel vestigen zich hier veel Joodse migranten. De Sefardische Joden komen uit Portugal en Spanje, de Asjkenazische uit Centraal- en Oost-Europa. Beide groepen hebben hun eigen taal, gebruiken en synagogen, maar wonen dicht bij elkaar. Zo wordt Vlooienburg het hart van Joods Amsterdam.
Rond dezelfde tijd wonen er ook zwarte mannen en vrouwen in de buurt van de Jodenbreestraat. Velen werken bij de VOC of de WIC en komen uit Brazilië, het Caribisch gebied en Afrika. Kunstenaars zoals Rembrandt, die om de hoek woont, schilderen hen regelmatig.
‘Echte’ Amsterdammers?
Niet iedereen is blij met alle nieuwe mensen. Sommige bestuurders klagen dat de stad te vol raakt en dat vreemdelingen niet te vertrouwen zijn. De bekende toneelschrijver Bredero neemt die vooroordelen op de hak in zijn toneelstuk De Spaanschen Brabander. Hij laat zien dat ook ‘echte’ Amsterdammers niet zonder zonde zijn.
Maar doet de vraag wie een ‘echte’ Amsterdammer is er eigenlijk toe? Rond 1600 is al veertig procent van de Amsterdammers buiten de stad geboren. Zonder al die mensen zou de stad niet zo groot en levendig zijn geworden. Vlooienburg – nu verdwenen onder de Stopera – legt daarvoor de basis.