Kritiek op de kerk
Amsterdam is begin zestiende eeuw nog een katholieke stad, maar de kritiek op de kerk groeit. Mensen storen zich aan de macht van geestelijken en de rijkdom van de kerk. Vanuit Duitsland bereiken nieuwe ideeën ook Holland, onder meer van kerkhervormer Maarten Luther. In de havenstad verspreiden zulke opvattingen zich snel. Veel bestuurders kijken weg – zolang de handel niet wordt verstoord.
Naaktlopers
Binnen deze beweging nemen de ‘dopers’, of ‘wederdopers’, het meest radicale standpunt in. Zij vinden dat alleen volwassenen gedoopt mogen worden, omdat je pas dan bewust voor het geloof kunt kiezen. Sommigen geloven dat het einde van de wereld nabij is en dat ze moeten helpen om dat te versnellen. Ze volgen Jan van Leiden, die in het Duitse Münster een ‘nieuw Jeruzalem’ wil stichten. In Amsterdam zien zijn volgelingen hun eigen stad als een tweede Jeruzalem.
De acties van de wederdopers worden steeds extremer. In 1534 trekken ze met zwaarden door de stad en waarschuwen luid voor het einde der tijden. Een jaar later lopen ze poedelnaakt door de straten en roepen dat zij de ‘naakte waarheid’ zijn.
Het bloedbad
De spanning stijgt, en in mei 1535 trekken de wederdopers naar het stadhuis. De burgemeesters zijn feestelijk aan het dineren en ontsnappen op het nippertje. De schutters sluiten de Dam af. De wederdopers in het stadhuis hopen op hulp van buitenaf, maar die komt niet. De volgende ochtend stormt de schutterij het stadhuis binnen. 28 wederdopers komen om, 12 worden later geëxecuteerd.
Na het oproer voert het stadsbestuur een streng geloofsbeleid in. Wie anders gelooft dan de bestuurders, wordt gestraft of verbannen. Amsterdam blijft nog lang verdeeld tussen geloof en macht.