Dam

Amsterdam, een stad in het moeras

Een dam in een rivier. Meer is het niet. Toch geeft dit bouwwerk Amsterdam zijn naam én zijn start als stad. Rond 1260 bouwen bewoners een dam in de Amstel. Het zal het hart van Amsterdam worden. Een zompige, woeste plek groeit uit tot een wereldstad, hoe is dat mogelijk?

Leven in moerasland

Het gebied rond de Amstel is lang nat en woest. Na regen verandert alles in een watervlakte. Alleen op hogere zandgronden kunnen mensen wonen. Toch vestigen pioniers zich in het drassige veen. Vanaf de elfde eeuw graven de inwoners sloten om het land te ontwateren. Zo ontstaan dorpen als Ouderkerk en Diemen. Maar hoe meer veen wordt drooggelegd, hoe sneller de bodem daalt. Akkerbouw wordt lastig en overstromingen komen steeds vaker voor.

Storm

In 1170 raast een enorme stormvloed, de Allerheiligenvloed, over Holland. Huizen en vee verdwijnen in het water. Toch maakt die ramp de monding van de Amstel beter bereikbaar voor schepen. Bewoners bouwen dijken en rond 1260 leggen zij een dam aan. Die dam verbindt beide oevers van de Amstel. Op de dam ontstaat er een markt: een goede plek voor handel en ontmoeting.

Geboortepapier

In 1275 wordt Amsterdam voor het eerst officieel genoemd op papier. Graaf Floris V geeft de bewoners een tolprivilege: zij mogen hun producten zonder belasting door Holland vervoeren. Voor de kleine nederzetting met houten huizen en een eenvoudige haven is dat een groot voordeel. Handel en ambacht bepalen daar namelijk het dagelijks leven. Archeologen vinden later resten van vissers, smeden, wevers en leerlooiers. Tegenwoordig kun je het tolprivilege één keer per jaar – op 27 oktober – bekijken in het Stadsarchief Amsterdam. 

Hart van de stad

Door de eeuwen heen blijft de Dam het middelpunt van Amsterdam. Hier vindt handel plaats, maar ook vieringen, herdenkingen en protesten. Vandaag de dag vullen toeristen, Amsterdammers en winkelend publiek het drukke plein. De middeleeuwse boer die ooit de dam aanlegde, zou zijn ogen niet geloven.