Canonmuseum

Gemeentemuseum Den Haag

Het Gemeentemuseum Den Haag presenteert verschillende topstukken die het venster De Stijl uit de Canon van Nederland illustreren. Meer over topstukken en activiteiten vind je hieronder.

Het Gemeentemuseum Den Haag is een museum voor moderne en hedendaagse beeldende kunst, fotografie, toegepaste kunst en mode. Het heeft 's werelds grootste Mondriaancollectie en een zeer grote De Stijlcollectie.

Gemeentemuseum Den Haag
Stadhouderslaan 41
Den Haag

www.gemeentemuseum.nl/nl

Topstukken

Tijdschrift voor nieuwe kunst

Eind 1917 verschijnt kunsttijdschrift De Stijl, opgericht door Theo van Doesburg. In dit sociale medium avant la lettre publiceren kunstenaars hun ideeën en reageren op die van elkaar. Ze zijn het over veel niet eens, maar pleiten allemaal voor abstractie, met primaire kleuren en horizontale en verticale lijnen. Die abstractie moet overal in terugkomen: architectuur, design, schilderijen, reclame, meubels en kleding. Pas dan kan de samenleving écht modern zijn. 

De Stijl verschijnt voor het eerst tijdens de Eerste Wereldoorlog, waarin Nederland neutraal is. Na de oorlog gaat Theo van Doesburg naar Parijs en Weimar om De Stijl internationaal te promoten. Ondanks de kleine oplage van het tijdschrift zijn de ideeën achter De Stijl van enorme betekenis. Samen met het Duitse Bauhaus wordt De Stijl de invloedrijkste avant-garde beweging van de vroege twintigste eeuw.

Het beroemde rood, geel en blauw

Een belangrijk kenmerk van De Stijl is de kleurencombinatie rood, geel en blauw. Piet Mondriaan wordt er wereldberoemd mee. Maar hij ziet dit voor het eerst bij een andere schilder: Bart van der Leck. Mondriaan spoort Van der Leck aan om abstracter te schilderen. Dit schilderij heet Compositie No. 8, een titel zonder verwijzing naar de zichtbare werkelijkheid. Dit is zeldzaam bij Van der Leck.

Bart van der Lecks belangrijkste geldschieter was geen liefhebber van totaal abstracte kunst. Van der Leck kiest daarom voor een middenweg. Voortaan schildert hij mensen, dieren en bloemen in geometrische vlakken en lijnen. Abstract, maar toch herkenbaar. Zo past Van der Leck uiteindelijk niet helemaal binnen De Stijl zoals Theo van Doesburg en Piet Mondriaan die zien. Na 1919 distantieert Van der Leck zich van de groep.  

Een huis om van te dromen

De Stijl bestaat uit allerlei soorten kunstenaars: schilders, beeldhouwers, architecten en meubelmakers. Zij dromen van een totaal abstract vormgegeven wereld. Architectuur is erg belangrijk, omdat het ruimtes zowel binnenshuis als buiten op straat kan veranderen. Samen met architect Cornelis van Eesteren maakt De Stijl-oprichter Theo van Doesburg drie maquettes. Zo ook dit ontwerp voor een woonhuis, Maison Particulière.

De originele maquette van Maison Particulière was te zien in de enige officiële tentoonstelling van De Stijl tijdens het bestaan van de beweging, in een Parijse galerie in 1923. Meer dan een maquette wordt het Maison Particulière niet. In hun kunstzinnige dromen houden Theo van Doesburg en Cornelis van Eesteren geen rekening met de zwaartekracht en de noodzaak van dragende wanden. Hun architectonische avontuur blijft bij een artistiek ontwerp.

De handigste keuken

In 1938 ontwerpt Piet Zwart deze keuken voor de firma Bruynzeel. Design wordt zo onderdeel van het dagelijks leven, een van de idealen van De Stijl. Nieuwe apparaten zoals de koelkast en het fornuis passen voor het eerst in een keukenontwerp. Met handige snufjes zoals glazen voorraadbakjes, een uitschuifbare broodplank en proviandrekjes liggen ingrediënten nooit ver weg. De Bruynzeelkeuken is vooruitstrevend en gebruiksvriendelijk.

Door de efficiënte indeling van de Bruynzeelkeuken besparen huisvrouwen veel tijd: een directe bijdrage aan de emancipatie. Ook kan iedereen de keuken zelf samenstellen. Alle onderdelen zijn op elkaar afgestemd in een logische maatverhouding. De keuken wordt een groot succes en groeit uit tot signatuur van het merk Bruynzeel. Deze bekendste kleur is gekozen door Cornelis Bruynzeel, naar voorbeeld van een zeegroene jurk van zijn vrouw.

Het schilderen van vrijheid

Terwijl De Stijl de wereld verovert, zien de nazi’s een bedreiging in deze vrije, moderne kunst. Nadat ze Piet Mondriaans schilderijen op een lijst van verboden kunst zetten, vlucht hij in 1940 naar New York. Hier ontdekt hij de ‘boogie-woogie’, een nieuw soort jazzmuziek die voor hem de energie van New York uitdraagt. Die energie vangt Mondriaan in een groots kunstwerk: Victory Boogie Woogie.

Piet Mondriaan werkt anderhalf jaar aan het schilderij Victory Boogie Woogie. Hij blijft continu zoeken naar het ultieme ritme. Als hij in 1944 overlijdt, is het nog steeds niet af. Toch wordt het onvoltooide werk al snel wereldberoemd. Het staat symbool voor de idee achter De Stijl: de continue zoektocht naar vernieuwing in de kunst.  

Sculpturen om op te zitten

De Stijl-kunstenaars zijn ervan overtuigd dat kunst, mits overal in toegepast, de wereld kan veranderen. Gerrit Rietveld ontwerpt zijn beroemdste meubel rond 1918, maar voorziet deze pas later van primaire kleuren. Ieder onderdeel van de rood-blauwe stoel is gelijkwaardig, niets is weggestopt of treedt op de voorgrond. De Stijl-oprichter Theo van Doesburg noemt de stoel een ‘sculptuur voor in huis’.

Gerrit Rietvelds meubelen zijn niet exclusief voor rijke mensen, maar zijn bedoeld voor iedereen. Vanaf 1930 werkt hij samen met warenhuis Metz & Co, waar zijn stoelen ook als bouwpakketten worden verkocht. De onderdelen worden aan de lopende band geproduceerd, mensen zetten de meubels thuis in elkaar. Zowel door de beroemde kleuren als door de vooruitstrevende gedachten erachter wordt de rood-blauwe stoel een icoon van De Stijl.