Wijn werd gedronken door de adel en de gegoede burger. In de meeste gevallen kwam de wijn uit Frankrijk of Duitsland en soms ook uit Portugal. Deze fles is in stukken gevonden bij kasteel Heemstede en gerestaureerd. Zeventiende-eeuwse wijnflessen waren vaak handgeblazen 'uivormige' . donkergroene glazen flessen die geschikt waren voor opslag en rijping. Rode wijnen kwamen vanouds naar de Lage Landen, maar waren tot circa 1700 veel lichter van kleur dan nu. Dit had te maken met de toen gangbare productieprocessen, waarbij de schillen van rode druiven maar kort in contact stonden met het sap en dus weinig kleur afgaven. Pas met de introductie van langere inweking van de schillen ontstonden donkerder wijnen. De oudste wijn van Nederland bevindt zich in museum Batavialand. In een wrak, dat tussen 1720 en 1760 is vergaan, werd een wijnfles opgedoken. Hierin zat nog een restje 300 jaar droge rode wijn uit Portugal. Het bleek aangelengd met vruchtensap, waarschijnlijk vlierbessen. Dankzij de introductie van de kurk konden wijnen langer houdbaar worden gemaakt.
Kasteel Heemstede was in 1645 voltooid. Een van de bekendste eigenaren van het kasteel was Diederick van Veldhuysen (1651-1716). Diederick liet zijn huis en tuinen rondom zijn kasteel in 1691 verfraaien en aanleggen in Franse stijl door de kunstenaar Daniël Marot. Tussen het jaar 1695 en het jaar 1718 waren de tuinen van Heemstede een grote toeristische attractie voor de elite van die tijd. Daar zal vast wel een wijntje gedronken zijn .